Zeilen naar Texel Een verhaal van Michiel Scholtes Een eiland bezoeken laat niemand koud. Want de bewoners, de dorpen, de natuur, zelfs het weer zijn er eigenaardig, aspecten van een in zichzelf gekeerd systeem. Een eiland is altijd een wereld op zichzelf, scherp begrensd door de overgang van land en zee. Om op het eiland te kunnen komen, is de zee de dan sleurt het einde van de eb je eerst tussen droogstaande banken door naar het Marsdiep. Daar pakt de vloed je op en stuwt je door de Texelstroom naar Texel. Tenminste, als je het goed berekent. De wind drukt je scheef, de golven slaan stuk op de dansende boeg. Boeien komen rukkend aan hun kettingen langs de boot gedeind. In het Marsdiep loopt deining van zee en raken de zwakkere ebbende water in de geultjes trekt en poelen vormt. Duizenden wadvogels vangen er vissen en wormen om aan te sterken voor de vloed alles weer onder water zet. Af en toe steekt er vlakbij een zeehond de kop op om te zien wat er nu weer door zijn domein zeilt. Andere zeehonden liggen al lang lui en volgevreten in de zon op hun zij. Diezelfde zon slaat duizend kleuren in opspattend water, plant Foto: Zilte Zaken hindernis die je moet overwinnen. Het oversteken van de zee is de inspanning waarmee je de toegang tot de lokkende wereld van het eiland verdient. Natuurlijk kun je met de veerboot. Dat duurt even, je staart over het zeegat, de boot schommelt wat, dan ben je aan de overkant. Zo ben je in winderig Den Helder, zo ben je ontvangen in Texels zanderige schoot. Zo'n inspanning is dat niet, je investeert wat tijd. Bij al het moois dat Texel te bieden heeft, sta je bij het eiland in het krijt. Maar vaar je met je eigen boot naar Texel, dan ligt de verhouding anders. Dan wist de reis je schuld aan het eiland uit. Je overwint om er te komen immers heel wat hindernissen. Ga maar na. Het tij wacht op niemand. Je moet plannen. Soms moet je heel vroeg op om je van Den Helder naar Oudeschild te laten dragen door de vloed. Kom je van Den Oever, magen van streek. Voor Oudeschild moet je goed sturen, anders spoelt de stroom je voor de haven langs en kom je er bijna niet meer binnen. Gevaarlijk? Onprettig? Welnee! Dit soort inspanning geeft grote voldoening. Het zelf doen maakt trots en blij. En het spel met de natuur, met wind en stroom, maakt je tot kind van deze aarde. Bovendien, hier vaar je niet om het varen alleen. Je keert niet terug aan de steiger waarvan je eerder vertrok. Je vaart met een doel. Texel. Het eiland dat je wilt bezoeken. De haven van Oudeschild. Bij aankomst vloeit de vermoeienis weg en voel je geluk om het halen van de bestemming. Ligt de waarde van dit alles dan niet in de reis in plaats van in het doel, zoals de wijze zegt? Zeker, op een mooie winderige zomerdag is de reis opwindend en vol schoonheid. Kijk maar hoe het tussen de wolken door pilaren van licht op de horizon, zet de gele Texelse duinen af tegen de diepblauwe zee, zet de stranden in brand en laat de lucht trillen boven de strenge dijk onder Oudeschild. Je gezicht gloeit van wind en zout. Maar de aankomst doet niet onder voor de reis. Zij is daarvan een logisch en organisch deel, zoals een arm eindigt in een hand. De haven van Texel omarmt de zeiler met hoge stevige palen en veiligheid. `Kom binnen', zegt het eiland, `ik ben vereerd met je bezoek, want je bent zelf een eiland, mijn gelijke, ik zal jou en je boot beschutten en koesteren.' Zo voelt dat. Terwijl de boot uitdrijft tussen de viskotters aan de kade strijk je de zeilen. Dan ga je op zoek naar een plek in de jachthaven. En terwijl je daar vastmaakt, ben je opgetogen omdat je weet dat Texel intussen zijn natuurlijke rijkdom voor jou heeft uitgespreid. 13 Advertentie
AdvertentieHeeft u een drukwerk, uniflip of digi-jaarverslagen? Gebruik Online Touch: onderwijscatalogus online uitgeven.
Winter 2008 Lees publicatie 12Home